Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
Uit het dossier volgt dat er kennelijk voorafgaand aan het schietincident een ruzie is geweest tussen twee kinderen in het eerder genoemde speeltuintje, dat nabij het feestadres aan het [adres] is gesitueerd. Deze kinderen zouden het zoontje van een zus van verdachte en het dochtertje van [slachtoffer 1] betreffen. Deze kinderruzie is later in het speeltuintje uitgemond in een woordenwisseling tussen [slachtoffer 1] en de desbetreffende zus en/of een andere zus van verdachte. Uit getuigenverklaringen is op te maken dat bij deze woordenwisseling door een zus van verdachte zou zijn gezegd dat zij er een man bij zou roepen. Daarna, toen [slachtoffer 1] zich al weer enige tijd op het feestadres bevond, bleek dat de zussen van verdachte naar de partytent waren gegaan. Even later verscheen verdachte aldaar met zijn pistool en schoot hij direct op [slachtoffer 1] .
Uit deze concrete omstandigheden kan worden gedestilleerd dat de woordenwisseling tussen ouders van de kinderen de aanleiding is geweest voor verdachte om (al dan niet samen met zijn zussen) verhaal te gaan halen bij [slachtoffer 1] . Op grond van het dossier kan immers niet worden vastgesteld dat er een andere reden voor de schietpartij is geweest. Ogenschijnlijk was zijn pistool al doorgeladen bij aankomst, nu verdachte direct schoten loste en niemand heeft gezien dat hij zijn pistool eerst doorlaadde.
De rechtbank wijst dit verzoek af, gelet op het feit dat deze getuigen kort na het schietincident reeds door de politie zijn gehoord en hebben verklaard wat zij hebben waargenomen. In de omstandigheid dat hun lezing mogelijk anders is dan die van verdachte (die er echter voor heeft gekozen geen mondelinge verklaring af te leggen tegenover de politie en/of de rechtbank), kan geen grond worden gevonden voor het oordeel dat het nogmaals horen van de getuigen noodzakelijk en redelijkerwijs in het belang van de verdediging moet worden geacht.
Het verzoek van de raadsvrouw wordt voorts afgewezen, omdat de rechtbank de desbetreffende getuigenverklaringen niet voor het bewijs heeft gebezigd.
of omstreeks27 juni 2015 te Bergen op Zoom ter uitvoering van het
en al dan niet met voorbedachten
en na kalm
, althans
op/in de buik en
/ofde rug
, althans op/in het
of omstreeks27 juni 2015 te Bergen op Zoom ter uitvoering van het door
en al dan niet met
en
/inde buik
en/of de lies, althans op/in het lichaam,van die
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partijen
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de impliciet primair onder de feiten 1 en 2 tenlastegelegde
een gevangenisstraf van 12 jaren;
[slachtoffer 1]van € 88.547,00, waarvan € 78.547,00 ter zake van materiële schade en € 10.000,00 ter zake van immateriële schade, en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 27 juni 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;
[slachtoffer 2]van € 9.667,00, waarvan € 4.667,00 ter zake van materiële schade en € 5.000,00 ter zake van immateriële schade, en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 27 juni 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;