ECLI:NL:RBZWB:2018:774
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen bestuurlijke boete niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een bestuurlijke boete opgelegd door de minister vanwege een arbeidsongeval. Het primaire besluit dateert van 25 maart 2015, maar het bezwaarschrift is pas ingediend op 27 oktober 2016. Eiseres stelt dat zij het besluit niet eerder kende en dat de termijn pas op 24 oktober 2016 is aangevangen.
De rechtbank overweegt dat de bezwaartermijn zes weken bedraagt en begint te lopen vanaf de dag na de verzending van het besluit. De minister heeft aannemelijk gemaakt dat het besluit op de juiste datum en op het juiste adres is verzonden, ondanks dat dit niet aangetekend is gebeurd. Dit leidt tot het vermoeden van ontvangst.
Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij het besluit niet heeft ontvangen. De termijn begon derhalve op 26 maart 2015 en eindigde op 6 mei 2015. Het bezwaarschrift is daarmee niet tijdig ingediend. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een verschoonbare termijnoverschrijding rechtvaardigen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek tot niet-ontvankelijkverklaring af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn en het bezwaarschrift wordt niet-ontvankelijk verklaard.