Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, woonachtig in Nederland en eigenaar van een personenauto met Pools kenteken, kreeg een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting (MRB) opgelegd voor de periode 28 oktober 2012 tot en met 4 januari 2015, inclusief een verzuimboete van gelijke hoogte. De inspecteur stelde vast dat belanghebbende de auto in Nederland gebruikte zonder MRB te betalen. Belanghebbende voerde aan dat de auto was uitgeleend en betwistte de duur van het gebruik.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende de auto feitelijk ter beschikking had en dat de overgelegde leenovereenkomst onvoldoende bewijs bood om de naheffingsperiode te beperken. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de aangehaalde vergelijkbare zaken feitelijk en juridisch van elkaar verschilden.
Verder werd bevestigd dat de verzuimboete van 100% passend is, omdat sprake was van betalingsverzuim zonder dat sprake was van afwezigheid van alle schuld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag en verzuimboete aan belanghebbende.