Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Na bijna 18 jaar werd verdachte aangehouden op basis van een DNA-match in een verkrachtingszaak uit 1997. De rechtbank behandelde de zaak op 5 februari 2018 en sprak verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs.
Hoewel het DNA van verdachte bij het slachtoffer werd aangetroffen, schetste verdachte een alternatief scenario waarin hij vrijwillige seksuele gemeenschap had met het slachtoffer kort voor de verkrachting. Dit scenario kon niet overtuigend worden weerlegd, mede doordat het dossier deels verloren was gegaan en het slachtoffer verklaarde dat de dader geen volledige erectie had en mogelijk geen sperma had achtergelaten.
De rechtbank vond dat het slachtoffer verdachte niet als dader herkende en dat verdachte niet voldeed aan het door het slachtoffer opgegeven signalement. Door deze tegenstrijdigheden en het ontbreken van cruciale dossierstukken was er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om verdachte te veroordelen. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.