Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 14 maart 2019 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoekers] , te Waalwijk, verzoekers,
de burgemeester van de gemeente Waalwijk, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoekers maakten bezwaar tegen het besluit van de burgemeester om hun woning te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, vanwege de aanwezigheid van voorwerpen bestemd voor illegale hennepteelt. De voorzieningenrechter hield een zitting en beoordeelde of de burgemeester bevoegd was tot sluiting en of het besluit in redelijkheid genomen was.
De rechter stelde vast dat de nieuwe wetgeving per 1 januari 2019 de sluiting van woningen mogelijk maakt bij aanwezigheid van voorwerpen voor voorbereidingshandelingen van drugshandel. Uit het proces-verbaal bleek dat de aangetroffen voorwerpen recent gebruikt waren en bestemd waren voor grootschalige hennepteelt. De stelling van verzoekers dat het om oude spullen ging, werd verworpen.
De burgemeester had beleidsvrijheid en handelde conform het Damoclesbeleid 2019. De belangenafweging was zorgvuldig gemaakt, waarbij het algemeen belang bij handhaving zwaarder woog dan het nadeel voor verzoekers. De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was en het besluit rechtmatig was genomen, en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.