Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende organiseert vlooienmarkten en verhuurt daarbij grondplaatsen en marktkramen. Voor de huur van een grondplaats wordt een vast bedrag gevraagd, waarbij de overige diensten zoals marketing, entree-inning en toezicht niet apart worden gefactureerd. Belanghebbende bracht geen omzetbelasting in rekening over deze verhuur.
Na een boekenonderzoek legde de inspecteur een naheffingsaanslag omzetbelasting op, welke belanghebbende betwistte. De rechtbank stelde vast dat de verhuur van grondplaatsen en de overige diensten samen één ondeelbare economische prestatie vormen, gericht op het faciliteren van deelname aan de vlooienmarkt.
De rechtbank oordeelde dat deze prestatie niet kwalificeert als verhuur van onroerende zaken en daarom niet vrijgesteld is van omzetbelasting. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk maakte dat andere vergelijkbare gevallen anders werden behandeld.
De naheffingsaanslag werd dan ook terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting is terecht opgelegd; verhuur grondplaatsen is niet vrijgesteld.