ECLI:NL:RBZWB:2019:1613
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Opheffing voorlopige hechtenis wegens ontbreken ernstige bezwaren medeplegen doodslag
Verdachte werd in voorlopige hechtenis genomen op verdenking van medeplichtigheid aan de doodslag van het slachtoffer door middel van een messteek. Tijdens de zitting op 11 april 2019 werd het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis behandeld, waarbij verdachte en de officier van justitie werden gehoord.
De rechtbank overwoog dat er ernstige bezwaren bestonden tegen medeverdachte 1, die naar het meest waarschijnlijke scenario het slachtoffer heeft gestoken. Diverse getuigenverklaringen en een NFI-rapport met DNA-sporen op het mes ondersteunen dit beeld. Verdachte ontkende echter betrokkenheid bij het steken en gaf een andere verklaring.
De rechtbank concludeerde dat de beschikbare feiten, verklaringen en technisch onderzoek onvoldoende basis boden om ernstige bezwaren te aannemen voor medeplegen door verdachte. Daarom werd de voorlopige hechtenis van verdachte opgeheven en onmiddellijke invrijheidstelling gelast.
Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verdachte wordt opgeheven wegens onvoldoende ernstige bezwaren voor medeplegen van doodslag.