Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- de dagvaarding van 29 maart 2019, met producties genummerd 1 tot en met 33,
- het faxbericht van de zijde van Kwantum en HFG, ter griffie ingekomen op 8 april 2018, met producties genummerd 1 tot en met 15,
- de mondelinge behandeling, gehouden op 10 april 2019,
- de pleitnota van Vadain,
- de pleitnota van Kwantum en HFG.
2.Het geschil
3.De beoordeling
- Vanaf 1988 confectioneert Vadain in opdracht van Kwantum gordijnen en vouwgordijnen op verschillende vestigingen van Vadain in Nederland en Polen.
- Bij e-mailbericht d.d. 30 juni 2014 heeft De heer [naam A] , directeur van HFG, aan de heer [naam B] , directeur van Vadain, het volgende medegedeeld:
- HFG is per 1 juli 2014 enig aandeelhouder en bestuurder van Kwantum.
- Bij e-mailbericht d.d. 15 juli 2015 heeft de heer [naam C] namens HFG aan de heer [naam B] , directeur van Vadain, het volgende mede: