Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de belastingrente die door de inspecteur in rekening was gebracht over het jaar 2015. Na het instellen van het beroep tegen de uitspraak op bezwaar is belanghebbende geliquideerd en uit het handelsregister bleek dat zij per 31 december 2017 was opgehouden te bestaan vanwege het ontbreken van baten.
De rechtbank stelde vast dat er geen verzoek tot heropening van de vereffening was ingediend, waardoor belanghebbende niet meer kon optreden in de procedure. De voormalige aandeelhouder stelde namens belanghebbende op te treden en gaf aan dat hij de belastingrente zou voldoen indien deze verschuldigd zou zijn, maar dit leverde geen procesbelang op voor belanghebbende zelf.
Op grond van artikel 2:19 lid 4 en Pro artikel 2:23c BW concludeerde de rechtbank dat het procesbelang aan het beroep was komen te vervallen. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat belanghebbende is geliquideerd zonder heropening van de vereffening.