Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft met de Belastingdienst een vaststellingsovereenkomst (VSO) gesloten over de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2011. Hij stelt dat de VSO vernietigbaar is omdat hij zich onder druk gezet voelde door dreiging van invorderingsmaatregelen en een eventueel faillissement, en dat er sprake is van dwaling omdat de inspecteur verkeerde gegevens gebruikte.
De rechtbank overweegt dat belanghebbende zich niet door de inspecteur, maar door de situatie van het strafrechtelijk onderzoek onder druk gezet voelde. Er is geen sprake van dwang die zijn wil heeft gebroken. Ook is het beroep op dwaling niet gegrond omdat alleen de partij die zelf heeft gedwaald een beroep kan doen op dwaling, en belanghebbende stelt dat de inspecteur heeft gedwaald.
De rechtbank concludeert dat de VSO rechtmatig tot stand is gekomen zonder wilsgebreken en dat de aanslag IB/PVV 2011 in stand kan blijven. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de vaststellingsovereenkomst en aanslag 2011 wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van wilsgebreken.