Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de tenlastegelegde feiten.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor witwassen en deelname aan een criminele organisatie die zich bezighield met oplichting en diefstal van goederen, waaronder iPhones. De tenlastelegging betrof het verborgen houden van de herkomst van goederen en het faciliteren van de levering aan een adres van verdachte.
De rechtbank onderzocht het bewijs, waaronder WhatsApp-gesprekken, observaties en verklaringen. Verdachte verklaarde slechts een vriendendienst te hebben verleend door pakketten aan te nemen voor een bekende, zonder te weten dat het om gestolen goederen ging. Zij ontkende bewust betrokken te zijn bij het witwassen.
De rechtbank oordeelde dat verdachte pas werd geïnformeerd toen de pakketten al onderweg waren en dat het feit dat de bekende zelf aanwezig was, voor verdachte een bevestiging was dat het verzoek legitiem was. Er was onvoldoende bewijs dat verdachte wist of moest vermoeden dat de goederen uit een misdrijf afkomstig waren.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Er was ook geen bewijs van betrokkenheid bij andere feiten uit het dossier.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat zij wist of moest vermoeden dat zij misdrijfafkomstige goederen ontving.