Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
op een (of meer) tijdstip(pen) gelegenin
of omstreeksde periode van 5 augustus 2017 tot en met 6 augustus 2017
te 's-Gravenhage en/of Delft, althansin Nederland, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
of meergeldbedrag
(en)te weten
7011,37 euro en/of 979970euro,
in elk geval een of meer geldbedrag(en),de
werkelijke aard en/ofherkomst
en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing te verbergen en/of teverhullen en
/of verbergen wie de rechthebbende op dat/die geldbedrag(en) is/zijnen
/of
of meergeldbedrag
(en), te weten
7011,37 euro en/of 979970euro,
in elk geval een of meer geldbedrag(en) te verwerven,voorhanden te hebben,
over te dragen en/of om te zetten, althans van voornoemd(e) geldbedrag(en) gebruik te makenterwijl hij, verdachte
en/of zijn mededader(s)wist
(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden,dat het (een)- onmiddellijk of middellijk- van (al dan niet uit eigen) misdrijf afkomstig
(e)geldbedrag
(en)betrof
(fen)immers heeft
/hebbenverdachte
en/of zijn mededader(s)meermalen,
althans eenmaal,geprobeerd te pinnen bij een pinautomaat met een niet op zijn, verdachtes, naam gestelde pinpas terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
60 uur, met aftrek van het voorarrest naar rato van twee uur per dag, passend en geboden is.
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de onder 1, primair, 2 en 3 tenlastegelegde feiten;
een taakstraf van 60 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
30 dagen;