Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
de periode van 16 juni 2017 tot en met05 augustus 2017 te Amsterdam,
in elk geval in Nederland,meermalen,
althans eenmaal,tezamen in vereniging met
een ander ofanderen
, althans alleen, van
een of meervoorwerp
(en
), te weten
een of meergoed
(eren
)(van
[naam 1] /[naam 2] / [naam 3] ) en
/of
een of meergeldbedrag
(en
) (oa 2094,09 euro)de
werkelijke aard en/ofherkomst
en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing en/of heeft verborgen en/ofheeft verhuld
en/of verborgen wie de rechthebbende op dat/die geldbedrag(en) en/of voorwerpen is/zijn,en
/of
[naam 1] /[naam 2] / [naam 3] ) en
/of
(oa 2094,09 euro)
en/of heeft overgedragen en/of omgezet en/of daarvan gebruik gemaakt, terwijl hij, verdachte, en
/ofzijn mededader
(s
)wist
(en
), althans
redelijkerwijs moest(en) vermoeden,dat het
(een)- onmiddellijk of middellijk - van
(al dan niet uit eigen)misdrijf afkomstig
(e
)geldbedrag
(en
)betrof
(fen
);
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten;
een gevangenisstraf van een maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
een taakstraf van 120 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
60 dagen;