AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling voor bezit en vervaardiging kinderporno en ontucht met eigen kind
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor het vervaardigen en in bezit hebben van een groot aantal kinderpornografische afbeeldingen en videobestanden, het plegen van ontuchtige handelingen met zijn eigen minderjarige kind, en het heimelijk filmen van meerdere personen in zijn woning. De feiten vonden plaats in de periode van 2012 tot 2018 te Rilland.
Verdachte maakte een gewoonte van het vervaardigen en bezitten van kinderporno en pleegde ontuchtige handelingen met zijn dochter, ook toen zij in staat van verminderd bewustzijn verkeerde. Tevens plaatste hij heimelijk camera's in zijn woning waarmee hij onder meer zijn dochter, stiefdochter en anderen op intieme momenten filmde. De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van verklaringen, aangiften, processen-verbaal en bekennende verklaringen.
De rechtbank hield rekening met de psychische stoornissen van verdachte, zijn verminderde toerekenbaarheid, en het advies van de reclassering en deskundigen. Gezien de ernst en duur van de feiten en het hoge recidiverisico legde de rechtbank een gevangenisstraf van 360 dagen op, waarvan 327 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van vijf jaar, een maximale werkstraf van 240 uur, en een forensisch klinische behandeling voor maximaal twee jaar. Tevens werd een contactverbod met het slachtoffer opgelegd.
De benadeelde partij, de dochter van verdachte, kreeg een schadevergoeding toegekend van €3.134,02 voor materiële en immateriële schade. De rechtbank sprak verdachte vrij van overige ten laste gelegde feiten en legde nadere voorwaarden en toezicht op om recidive te voorkomen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 360 dagen gevangenisstraf waarvan 327 dagen voorwaardelijk, taakstraf, forensisch klinische behandeling en contactverbod wegens bezit en vervaardiging kinderporno en ontucht met eigen kind.
Voetnoten
1.Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal met proces-verbaalnummer PL2000-2018066437-3 van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, dienst regionale recherche (ZB), afdeling thematische opsporing (ZB), team zeden (ZB), opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van pagina 1 tot en met 444.
2.Het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 5 november 2018, pagina 199 tot en met 205, met als bijlage I een collectiescan, pagina 207 tot en met 209, en als bijlage II een overzicht aantallen kinderpornografische foto’s en films/video’s, pagina 211, van voornoemd eindproces-verbaal.
3.Het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 24 december 2018, pagina 221 tot en met 227, met als bijlage I een collectiescan, pagina 229 tot en met 231, en als bijlage II een overzicht aantallen kinderpornografische foto’s en films/video’s, pagina 233, van voornoemd eindproces-verbaal.
4.De verklaring van verdachte, afgelegd tijdens de zitting van 20 mei 2019.
5.Het proces-verbaal aangifte van [Slachtoffer] van 6 april 2018, pagina 21, vierde alinea, en pagina 22, vierde tot en met zesde alinea, van voornoemd eindproces-verbaal.
6.De verklaring van verdachte, afgelegd tijdens de zitting van 20 mei 2019.
7.Het geschrift, te weten de geboorteakte van [Slachtoffer] , pagina 30, van voornoemd eindproces-verbaal.
8.Het proces-verbaal van verhoor aangever [Slachtoffer] van 12 februari 2019, pagina 353 tot en met 359, van voornoemd eindproces-verbaal.
9.Het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 24 december 2018, pagina 221 tot en met 227.
10.De verklaring van verdachte, afgelegd tijdens de zitting van 20 mei 2019.
11.Het geschrift, te weten de geboorteakte van [Slachtoffer] , pagina 30, van voornoemd eindproces-verbaal.
12.Het proces-verbaal van aangifte van [Slachtoffer] van 6 april 2018, pagina 20 tot en met 27, van voornoemd eindproces-verbaal.
13.Het proces-verbaal van verhoor aangever [Slachtoffer] van 12 februari 2019, pagina 353 tot en met 359, van voornoemd eindproces-verbaal.
14.Het proces-verbaal aangifte van [Naam 20] , namens [Naam 19] , van 18 februari 2019, pagina 383 en 384, van voornoemd eindproces-verbaal.
15.Het proces-verbaal aangifte van [Naam 22] , namens [Naam 21] , van 22 februari 2019, pagina 418 en 419, van voornoemd eindproces-verbaal.
16.Het proces-verbaal van verhoor getuige [Naam 20] van 13 februari 2019, pagina 361 tot en met 367, van voornoemd eindproces-verbaal.
17.Het proces-verbaal van bevindingen van 16 november 2018, pagina 308 tot en met 315, van voornoemd eindproces-verbaal.
18.De verklaring van verdachte, afgelegd tijdens de zitting van 20 mei 2019.