Eisers hebben bezwaar en beroep ingesteld tegen een vergunning die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veere zonder aanvraag heeft verleend voor het exploiteren van tien extra standplaatsen op hun minicamping. Zij wilden tevens dat de vergunning op een andere naam werd gesteld en betwistten enkele voorwaarden.
De rechtbank oordeelt dat het college niet bevoegd was om zonder aanvraag een dergelijke vergunning te verlenen, wat strijd oplevert met de Kampeerverordening 2015 en de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor wordt het bestreden besluit vernietigd. De rechtbank handhaaft echter de rechtsgevolgen van het besluit om te voorkomen dat eisers in een slechtere positie komen door het instellen van bezwaar en beroep.
De rechtbank gaat niet in op de inhoudelijke beroepsgronden omdat het besluit op een fundamenteel punt onrechtmatig is. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.