ECLI:NL:RBZWB:2019:2813
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening woonvoorziening Wmo 2015
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen om geen woonvoorziening toe te kennen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat de woningaanpassingen, geadviseerd door een ergonomisch adviseur, spoedig konden worden uitgevoerd.
Tijdens de zitting op 17 juni 2019 werd vastgesteld dat de gevraagde woningaanpassingen bouwkundige voorzieningen betreffen die aanzienlijke kosten met zich meebrengen en niet eenvoudig ongedaan gemaakt kunnen worden. De voorzieningenrechter benadrukte dat een voorlopige voorziening een tijdelijk karakter moet hebben, wat hier niet het geval is.
Hoewel vaststaat dat verzoekster afhankelijk is van een rolstoeltoegankelijke woning, is zij nog in staat om de bovenverdieping te bereiken met hulp en om het toilet op de begane grond te gebruiken. De voorzieningenrechter concludeerde dat dit onvoldoende spoedeisend belang oplevert om een voorlopige voorziening toe te kennen.
De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor woningaanpassingen wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.