ECLI:NL:RBZWB:2019:2872
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Wraking
- Peters
- Kok
- Eijssen-Vruwink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens niet-tijdige indiening
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen een rolrechter naar aanleiding van het openbaar maken van haar privégegevens tijdens een rolzitting. De rechtbank stelde vast dat het wrakingsverzoek pas enkele weken na de zitting werd ingediend, terwijl de feiten waarop het verzoek was gebaseerd toen al bekend waren bij verzoekster.
De rechtbank benadrukte dat een wrakingsverzoek tijdig moet worden ingediend zodra de feiten en omstandigheden die het verzoek rechtvaardigen bekend zijn. Verzoekster kon niet aannemelijk maken dat zij het verzoek eerder mondeling had ingediend tijdens de rolzitting.
Daarom oordeelde de wrakingskamer dat het verzoek niet tijdig was gedaan en verklaarde zij verzoekster niet-ontvankelijk. De beslissing werd genomen door de wrakingskamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 18 juni 2019.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening.