ECLI:NL:RBZWB:2019:2879
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen herroeping omgevingsvergunning retraitehotel
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda tot herroeping en intrekking van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een retraitehotel. Zij stelde dat het college ten onrechte buiten de omvang van het bezwaar is getreden en dat het besluit gebaseerd is op onjuiste feiten, aangezien het pand sinds najaar 2018 geheel is verhuurd aan een derde die de verbouwing en exploitatie voor eigen rekening uitvoert.
De voorzieningenrechter overwoog dat het belang van verzoekster primair financieel is en dat een financieel belang op zich geen grond is voor het treffen van een voorlopige voorziening, tenzij sprake is van een acute financiële noodsituatie. Verzoekster kon deze noodsituatie niet aannemelijk maken, mede omdat zij recht heeft op huurpenningen.
Ook was er geen sprake van een evident onrechtmatig besluit dat zonder diepgaand onderzoek geschorst zou moeten worden. Het college had het besluit gebaseerd op adviezen van het Landelijk Bureau Bibob en het vermoeden van risico’s op strafbare feiten bij het gebruik van het pand na bouwactiviteiten.
De voorzieningenrechter wees het verzoek tot voorlopige voorziening af en bepaalde dat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de herroeping van de omgevingsvergunning wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.