Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
25 januari 2015tot en met 13 december 2017, te Tilburg, tezamen en in vereniging met een ander, van een geldbedrag, te weten
in totaal102.037,90 euro, de herkomst heeft verhuld en voornoemd goed voorhanden heeft gehad en daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl zij wist dat dit geldbedrag geheel, onmiddellijk of middellijk, afkomstig was uit enig misdrijf;
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder 2 tenlastegelegde feit;
een gevangenisstraf van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
een taakstraf van 120 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
60 dagen;