Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen een rechter die de zaak ondertoezichtstelling behandelde. Dit verzoek volgde op een mondelinge uitspraak tijdens een zitting op 14 juni 2019, waarna verzoeker direct verklaarde de rechter te wraken.
De wrakingskamer heeft het verzoek onderzocht en vastgesteld dat de bezwaren van verzoeker betrekking hebben op besluiten van een andere rechter, genomen op 21 juni 2018, en niet op de nu gewraakte rechter. Daarnaast is het wrakingsverzoek niet tijdig ingediend tegen de juiste rechter die de eerdere beslissingen nam.
Omdat wraking alleen mogelijk is zolang een zaak door de betreffende rechter wordt behandeld en de gronden niet op de juiste rechter zien, verklaart de wrakingskamer het verzoek niet-ontvankelijk. De wrakingskamer zag af van een mondelinge behandeling vanwege kennelijke niet-ontvankelijkheid.