Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit van de burgemeester om het erf, inclusief woonwagen en opstallen, te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege vermoedens van voorbereidingshandelingen voor bedrijfsmatige hennepteelt. Bij een controle werden enkele voorwerpen aangetroffen die in hennepkwekerijen worden gebruikt, evenals fraude met de elektriciteitsmeter. De burgemeester stelde dat sprake was van een professionele hennepkwekerij.
De voorzieningenrechter oordeelde dat hoewel de voorwerpen verband houden met hennepteelt, de burgemeester onvoldoende heeft gemotiveerd waarom sprake zou zijn van bedrijfsmatigheid of professionaliteit. De afgezonderde ruimte was klein en er waren slechts enkele voorwerpen aanwezig, wat onvoldoende is voor een professionele inrichting.
Daarom werden ernstige twijfels geuit over de bevoegdheid van de burgemeester om het besluit tot sluiting te nemen. De voorzieningenrechter schorst het besluit tot zes weken na de beslissing op bezwaar, draagt de burgemeester op het griffierecht te vergoeden en veroordeelt hem in de proceskosten van verzoekster.