Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 30 juli 2019 in de zaken tussen
[naam eiser1] te [plaatsnaam] ,
de Directeur Verwerving van het ministerie van Defensie,
Procesverloop
Overwegingen
bevoegde persoonzijn genomen.
“De burgerambtenaar die in het kader van zijn loopbaan regelmatig wordt overgeplaatst Dit betreft de zogeheten mobiele burger zoals bedoeld in artikel 8a van het BARD. Voor deze burgers is de militaire regelgeving van toepassing.”
‘de ambtenaar […] ontleent aandit besluitde aanspraken die gelden voor de militair’). Die aanvullende voorwaarde wordt niet genoemd in de nota ‘Richtlijnen huisvesting door Defensie’. Er is ook geen grondslag om de aanvullende voorwaarde uit het VKBD van toepassing te achten op de nota.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten;
- draagt de directeuren op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak nieuwe besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt de directeur Verwerving op het betaalde griffierecht van € 170,- aan eiseres te vergoeden;
- draagt de directeur Wapensystemen & Bedrijven op het betaalde griffierecht van € 170,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt de directeur Verwerving in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 512,-;
- veroordeelt de directeur Wapensystemen & Bedrijven in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 512,-.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2019.