Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.Het beslag
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 6 augustus 2019 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van witwassen van een BMW M3. De officier van justitie baseerde het vermoeden op het ontbreken van een verifieerbare verklaring over de herkomst van het vermogen waarmee de auto werd gefinancierd, en op het vermeende gebrek aan inkomen van verdachte in voorgaande jaren.
De verdediging stelde dat verdachte wel degelijk inkomsten uit arbeid had genoten vóór 2016, wat werd ondersteund door stukken van de Belastingdienst. Tevens had verdachte geld geleend van zijn broer en had hij eerder stukken ingediend om de legale herkomst van het vermogen aan te tonen, die niet door het OM waren geverifieerd.
De rechtbank oordeelde dat het vermoeden van witwassen grotendeels was gebaseerd op onjuiste informatie over het inkomen van verdachte. Gezien de plausibele en verifieerbare verklaring van verdachte over de herkomst van het vermogen, kon niet worden vastgesteld dat het vermogen uit een misdrijf afkomstig was. Daarom werd verdachte vrijgesproken en werd de teruggave van de inbeslaggenomen BMW M3 gelast.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van witwassen en de inbeslaggenomen BMW M3 wordt aan hem teruggegeven.