Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van witwassen van een BMW M3 in de periode van februari tot juni 2016. Verdachte zou de auto op zijn naam hebben gezet terwijl de feitelijke eigenaar de medeverdachte was, die de auto met vermoedelijk crimineel vermogen had aangeschaft.
De officier van justitie stelde dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de auto was gefinancierd met crimineel geld en dat verdachte daarmee een verhullings- en omzettingshandeling had verricht. De verdediging betoogde dat er geen bewijs was dat de medeverdachte misdrijven had gepleegd of dat verdachte wist van een illegale herkomst van het vermogen.
De rechtbank stelde vast dat het vermoeden van witwassen was gebaseerd op een onjuiste vermelding in een proces-verbaal over het inkomen van de medeverdachte. Uit belastinggegevens bleek dat de medeverdachte in eerdere jaren wel degelijk een behoorlijk inkomen had. Hierdoor kon niet worden bewezen dat het vermogen waarmee de auto was aangeschaft crimineel was. De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van het tenlastegelegde witwassen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor witwassen van de BMW M3.