Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- het wrakingsverzoek, gedateerd 12 juli 2019;
- het proces-verbaal van de enkelvoudige zitting van de bestuursrechter van deze rechtbank, belast met de hierna te noemen hoofdzaak;
- de op 29 juli 2019 ingekomen nadere stukken van verzoeker;
- de op 29 juli 2019 ingekomen schriftelijke reactie van de bestuursrechter;
- de processtukken zoals opgenomen in het dossier van de rechtbank in de hoofdzaak;
- de behandeling van het wrakingsverzoek door de wrakingskamer ter zitting van 1 augustus 2019, waarbij aanwezig waren: de gewraakte rechter en namens verzoeker, A.H.M.J. Mathijsen.
2.Het verzoek
3.Feiten
4.Het standpunt van verzoeker
- de rechter heeft tijdens de zitting naar een andere uitspraak verwezen, zonder dat verweerder deze uitspraak in de stukken had genoemd;
- de rechter heeft geen navraag gedaan bij verweerder of diens uitspraak, dat nooit kostenvergoeding wordt toegekend indien het verzoek daartoe niet is gespecificeerd, juist is en waaruit dat blijkt;
- de rechter heeft bij herhaling vragen gesteld waarin het antwoord reeds was verwerkt.
5.Het standpunt van de rechter
- ik heb ter zitting inderdaad gewezen op jurisprudentie. Ik moet het geldende recht toepassen en ben daarbij niet afhankelijk van door partijen genoemde uitspraken. In het kader van de rechtsbescherming is het belangrijk om te bespreken dat er uitspraken zijn die de stellingen van partijen mogelijk niet ondersteunen, zodat zij daarover een standpunt kunnen innemen;
- ik heb inderdaad niet aan verweerder gevraagd of het klopt dat nooit kostenvergoeding wordt toegekend indien het verzoek daartoe niet gespecificeerd is. Verweerder heeft op mijn verzoek het verschil toegelicht met een eerdere zaak van verzoeker waarin wel kostenvergoeding is toegekend. Daarover heb ik enkele vragen gesteld en vervolgens heb ik verzoeker laten reageren. Op dat moment was er geen discussie over de toelichting en ik had geen aanleiding om door te vragen;
- ik herken niet het beeld dat ik vragen zou hebben gesteld waarin het antwoord reeds was verwerkt. Verzoeker heeft geen voorbeeld(en) genoemd, dus het is lastig om hierop te reageren. Indien wordt gedoeld op hetgeen ik heb besproken over het vertrouwensbeginsel, dan is dat omdat ik op zoek was naar de feiten om te kunnen oordelen of dat beginsel is geschonden. Omdat daarop geen duidelijk antwoord kwam, heb ik de jurisprudentielijn toegelicht. Hier ben ik verzoeker juist behulpzaam geweest.
6.De beoordeling
7.Beslissing
- wijst het verzoek tot wraking af;
- wijst het verzoek tot vergoeding van proceskosten af;
- bepaalt dat de behandeling van de zaak met zaaknummer: BRE 19/1433 GEMWT zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de indiening van dit verzoek.