ECLI:NL:RBZWB:2019:3824
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring Nederlandse rechter bij ondertoezichtstelling minderjarige met gewone verblijfplaats in België
De zaak betreft een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ondertoezichtstelling van een minderjarige die ingeschreven staat in Nederland maar feitelijk bij zijn vader in België woont. De ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit en hebben gezamenlijk besloten dat de minderjarige in België verblijft en daar na de zomervakantie naar school zal gaan.
De moeder betoogt dat het verblijf in België tijdelijk is en stelt voor dat de minderjarige enkele dagen per week bij haar in een moeder-kind huis verblijft. De vader wil dat de minderjarige bij hem blijft wonen en is beschikbaar voor de verzorging.
De kinderrechter overweegt dat het adres van inschrijving in Nederland slechts een aanwijzing is en niet bepalend voor de gewone verblijfplaats. Gelet op de feitelijke aanwezigheid van de minderjarige in België, de gezamenlijke overeenstemming van de ouders en de integratie van het kind in de sociale en familiale omgeving aldaar, is de gewone verblijfplaats van de minderjarige België.
De kinderrechter verklaart zich daarom onbevoegd kennis te nemen van het verzoek tot ondertoezichtstelling en verwijst de Raad naar de bevoegde Belgische rechter via de centrale autoriteit.
Uitkomst: De Nederlandse kinderrechter verklaart zich onbevoegd vanwege de gewone verblijfplaats van de minderjarige in België.