Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] ,geboren op [geboortedatum] ,rechtens wonende te [adres 1] ,voor deze zaak woonplaats kiezend ter kantore van zijn gemachtigde mr. A.A.J. Soffers, te (5151 BP) Drunen, gemeente Heusden, Grotestraat 178,
[gedaagde sub 2] ,wonende te [adres 1] ,
voor deze zaak woonplaats kiezend ter kantore van zijn gemachtigde mr. A.A.J. Soffers, te (5151 BP) Drunen, gemeente Heusden, Grotestraat 178,
1.De procedure
2.De feiten
“
7.4Indien het gehuurde een woonbestemming heeft, zal huurder het gehuurde gedurende de huurtijd zelf als woonruimte voor hem en de leden van zijn huishouden bewonen en er zijn hoofdverblijf hebben. (…)7.5Het is huurder uitsluitend met voorafgaande schriftelijke toestemming van [eiser] toegestaan het gehuurde geheel of gedeeltelijk onder te verhuren of aan derden in gebruik te geven. Een verzoek tot toestemming dient schriftelijk te worden gedaan, onder vermelding van de naam van de onderhuurder, de onderhuurprijs en de ingangsdatum van de onderhuurovereenkomst.Indien huurder het gehuurde zonder toestemming van [eiser] geheel of gedeeltelijk heeft onderverhuurd, in huur heeft afgestaan of aan derden in gebruik heeft gegeven, rust de bewijslast dat huurder onafgebroken het hoofdverblijf in het gehuurde heeft gehouden op huurder. (…)Voor het onderhuren of het in gebruik geven van een gedeelte van het gehuurde zal die toestemming door [eiser] worden gegeven, mits de huurder zelf het gehuurde als hoofdverblijf heeft en er geen sprake is van overbewoning, waardoor [eiser] schade zou kunnen lijden.”
3.De vordering, de grondslagen en de verweren
aan huurder gedurende een bepaalde termijn met een minimum van twee jaren geen woonruimte beschikbaar te stellen, noch medehuurderschap toe te kennen, noch toestemming tot inwoning te verlenen”.
4.De beoordeling
Inwoning
- [eiser] bij brief van 20 september 2018 aan [gedaagde sub 2] heeft meegedeeld dat [eiser] bij het aantreffen van een handelshoeveelheid harddrugs en/of hennep aan de rechter ontbinding van de huurovereenkomst verzoekt en dat [gedaagde sub 2] een dergelijke procedure kan voorkomen door uiterlijk 5 oktober 2018 de huurovereenkomst voor haar woning aan de [adres 2] [huisnummer] op te zeggen;
- de gemeente [woonplaats 2] bij brief van 12 oktober 2018 aan [eiser] het voornemen bekend heeft gemaakt om door middel van een last onder bestuursdwang het pand [adres 2] [huisnummer] voor een periode van drie maanden te sluiten;
- [eiser] bij brief van 18 oktober 2018 [gedaagde sub 2] heeft geïnformeerd over het voornemen van de gemeente [woonplaats 2] om de woning vanaf 6 november 2018 voor een periode van 3 maanden te sluiten en heeft meegedeeld dat [eiser] in dat geval gebruik maakt van haar bevoegdheid om de huurovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden per 6 november 2018;
- [gedaagde sub 2] op 15 november 2018 een formulier “Huuropzegging i.v.m. drugs” heeft getekend en daarmee de huur van de woning aan de [adres 2] [huisnummer] per 20 november 2018 heeft opgezegd.
gedurende een bepaalde termijn met een minimum van twee jaren geen woonruimte beschikbaar te stellen, noch medehuurderschap toe te kennen, noch toestemming tot inwoning te verlenen”.