Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
feit 2betwist de raadsman dat moeder [slachtoffer 3] zou hebben mishandeld. Ten aanzien van de verweten mishandeling van [slachtoffer 2] refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.
feit 3omschreven wederrechtelijke vrijheidsberoving was het vader die de kinderen heeft opgesloten en dient moeder reeds daarom te worden vrijgesproken. Daar komt bij dat vast staat dat de kinderen ondertussen wel naar school zijn blijven gaan en dat de opsluiting geschiedde vanuit pedagogische overwegingen. Het ‘boze’ opzet ontbreekt dus. Naar de mening van de raadsman had de wetgever een andere vorm van vrijheidsberoving voor ogen dan het als straf door een ouder tijdelijk opsluiten van een kind.
World Health Organisation(WHO)
,de
Centre for Disease Control and Prevention(CDC) en de
Nederlandse Organisatie voor Toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek(TNO). De deskundige werd bevraagd over de toepasbaarheid van deze curves op Japanse kinderen. Hij heeft hieromtrent verklaard dat de waardes van Japanse groeicurves heel goed overeenkomen met de in het rapport gebruikte groeicurves, de WHO-standaardcurves. Er hoefde geen rekening gehouden te worden met het feit dat de kinderen Japans zijn bij het vergelijken van hun gegevens (m.b.t. hun gewicht) met deze groeicurves.
“WHO Child Growth Standards-Methods and development-Executive summary”dat door de verdediging ter terechtzitting werd ingebracht. In dit document wordt in de laatste alinea geconcludeerd dat de WHO-groeistandaarden (en dus de groeicurves) gebruikt kunnen worden bij kinderen over de hele wereld, ongeacht etniciteit, socio-economische status of type voeding.
aanmerkelijkte noemen, waarbij de rechtbank allereerst de conclusie van Bilo ten aanzien van de toestand van [slachtoffer 1] herhaalt: “Bij [slachtoffer 1] was bij aanvang van de ziekenhuisopname sprake van een levensbedreigende situatie”. Voorts zijn ook bij de overige vier kinderen zeer forse klinische verschijnselen geconstateerd, waaronder de aanwezigheid van lanugo-beharing, oedemen en een trage hartactie. Met betrekking tot deze klinische verschijnselen is door Bilo geconcludeerd dat ook deze kinderen in een levensbedreigende situatie zouden zijn gekomen bij continuering van het voedingspatroon zoals dat was voorafgaand aan de ziekenhuisopname. De ouders hebben alle kinderen, in min of meer dezelfde mate, voldoende (adequate) voeding onthouden. Met de officier van justitie is de rechtbank dan ook van oordeel dat de slechte medische situatie al in zo’n ver gevorderd stadium was, dat van een aanmerkelijke kans op de dood kan worden gesproken.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
een gevangenisstraf van vier jaar;