Op 25 september 2016 vond in Bergen op Zoom een schietincident plaats waarbij meerdere personen werden bedreigd en beschoten vanuit een driewielige motor. Verdachte werd primair beschuldigd van poging tot doodslag en subsidiair van bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht. Tijdens de zitting op 3 oktober 2019 hebben zowel de officier van justitie als de verdediging hun standpunten toegelicht.
De officier van justitie erkende dat er geschoten is, maar kon onvoldoende bewijs leveren dat verdachte de dader was. De verklaringen van betrokkenen waren tegenstrijdig en onvolledig, en technisch bewijs ontbrak. De verdediging voerde aan dat de verklaringen onbetrouwbaar waren en dat de camerabeelden niet overeenkwamen met de herkenning van verdachte. De rechtbank concludeerde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om verdachte te veroordelen.
Daarnaast werd een beslag gelegd op een inbeslaggenomen voorwerp, een S&B Luger huls, dat onttrokken werd aan het verkeer. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf werd afgewezen vanwege de vrijspraak. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en hief het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.