Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
stop dan, stop dan!”. Daarna volgde een rit van circa 20 minuten waarbij snel en wild werd gereden. Verdachte riep “
politie, politie!” en vervolgens tegen [Medeverdachte] (de rechtbank begrijpt: [Medeverdachte] ) “
gooi weg dat ding”. [11]
top nou, stop nou” en de verklaring van [Slachtoffer 2] die weliswaar niet hoorde wat hij zei, maar ook begreep dat de bestuurder van de Mercedes Citan hem wilde laten stoppen. Waarna een wilde achtervolging volgde.
stop nou, stop nou” sloegen op het gedrag van [Medeverdachte] in de auto, waar verdachte het niet mee eens zou zijn geweest, zoals de verdediging stelt, volgt de rechtbank dan ook niet. Het was juist verdachte die als bestuurder in de positie was om dingen die gebeurden in zijn bestelbus te veranderen; hij kon bepalen of ze zouden doorrijden of zouden stoppen. Dat hij er kennelijk voor heeft gekozen om achter de Ford Transit aan te gaan, ook na het tonen van het vuurwapen, wijst er niet op dat hij het oneens was met wat er in de bus gebeurde, integendeel.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
[Slachtoffer 1]van
€ 628,76ter zake van materiële schade, en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 13 april 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;