Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
envoorhanden heeft gehad, terwijl zij en haar mededader ten tijde van het verwerven
enhet voorhanden krijgen van die tas (met inhoud) wisten, dat het (een) door misdrijf verkregen goed betrof;
teBreda, tezamen en in vereniging met een ander telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening via een contactloze pinbetaling heeft weggenomen geldbedragen (totaal ongeveer 84,25 euro) toebehorende aan [slachtoffer] , waarbij verdachte en haar mededader telkens de weg te nemen geldbedrag
enonder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten gestolen bankpassen.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.De vordering tot tenuitvoerlegging
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
- verklaart verdachte strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
- verklaart verdachte strafbaar;
een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
[slachtoffer] een bedrag van € 369,29 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 7 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;
ten uitvoer zal worden gelegd, te weten
een gevangenisstraf van 40 dagen.