Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 25 oktober 2019 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
Kouters Aardappelhandel B.V., te Dinteloord, verzoekster,
[derde belanghebbende], te Dinteloord,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoekster, Kouters Aardappelhandel B.V., heeft bezwaar gemaakt tegen een last onder dwangsom wegens overtreding van artikel 2.17, vijfde lid, van het Activiteitenbesluit op haar terrein aan de Havenweg 35-47. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening die haar toestaat maximaal 12 keer per jaar in de avondperiode maximaal 10 vrachtwagenbewegingen te laten plaatsvinden, om zo dwangsommen te voorkomen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld op 11 oktober 2019 en concludeert dat de belangenafweging niet in het voordeel van verzoekster uitvalt. De geluidssituatie die omwonenden, waaronder derde partij aan de Havenweg 27, moeten dulden, houdt rekening met de representatieve bedrijfssituatie waarbij vrachtwagenbewegingen buiten beschouwing worden gelaten. Het toestaan van extra bewegingen zou een onevenredige benadeling van omwonenden betekenen.
Hoewel het achterwege laten van de extra vrachtwagenbewegingen leidt tot omzetbeperkingen, acht de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de continuïteit van de bedrijfsvoering daardoor wordt bedreigd. Tevens wordt verwacht dat de bodemprocedures voor het oogstseizoen 2020 worden afgerond. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de belangenafweging niet in het voordeel van verzoekster uitvalt.