ECLI:NL:RBZWB:2019:4946
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit CIZ wegens onvoldoende motivering en onderzoek bij indicatie verstandelijke handicap
Eiser vroeg bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) een indicatie aan voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz), met als grondslag een verstandelijke handicap. Het CIZ wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Eiser stelde dat hij wel degelijk een verstandelijke beperking heeft, onderbouwd met diverse onderzoeksrapporten en verklaringen.
De medisch adviseur van het CIZ concludeerde echter dat de grondslag verstandelijke handicap niet kon worden vastgesteld, mede omdat beperkingen in het adaptief functioneren verklaard konden worden door een autismespectrumstoornis, die geen grondslag vormt voor Wlz-zorg. De rechtbank oordeelde dat de medisch adviseur onvoldoende gemotiveerd had waarom de verklaringen van eiser en zijn mentor geen aanleiding vormden tot herziening van de eerdere conclusie. Ook ontbrak inzicht in de gedachtegang van de medisch adviseur, waardoor het CIZ niet voldeed aan zijn vergewisplicht.
Daarnaast was het CIZ tekortgeschoten in het voeren van een telefonisch onderzoeksgesprek voorafgaand aan het eerste besluit, maar dit werd niet als onherstelbaar beschouwd omdat het bezwaarprocedure dit kon corrigeren. De rechtbank stelde dat het CIZ het gebrek in het bestreden besluit binnen vier weken moest herstellen, al dan niet met aanvullend onderzoek, bijvoorbeeld naar het IQ van eiser. De verdere beslissing, inclusief over proceskosten, werd aangehouden tot de einduitspraak.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met diverse artikelen van de Algemene wet bestuursrecht en gaf het CIZ de mogelijkheid tot herstel van het besluit. Tegen deze tussenuitspraak is nog geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het besluit van het CIZ wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onderzoek, met opdracht tot herstel binnen vier weken.