Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partijen
[naam 5]vordert een schadevergoeding van € 30.800 voor feit 4. Het betreft een materieel deel van € 800,-- in verband met schade aan de auto en € 30.000,-- aan immateriële schadevergoeding. De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij de hoogte van die bedragen verder niet heeft onderbouwd.
[naam 1]vordert eveneens schadevergoeding voor feit 1. Zij stelt materiële schade te hebben geleden aan haar schoenen, broek, vest, T-shirt, huishoudelijke hulp en medische kosten, alsmede mobiliteitsschade. [naam 2] vordert daarnaast ter zake van immateriële schadevergoeding om smartengeld. De benadeelde partij noemt geen enkel bedrag en omschrijft alle posten verder als “p.m”.
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder 2 primair tenlastegelegde feit;
een gevangenisstraf van 90 dagen, waarvan 45 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
bijzondere voorwaarden:
een taakstraf van 100 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
50 dagen;
een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 18 maanden;
verdachtevan het inbeslaggenomen contante geld tot het bedrag van € 1.980,-- totaal.