ECLI:NL:RBZWB:2019:511
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging scheiding van tafel en bed door verzoening en inschrijving in huwelijksgoederenregister
Partijen, gehuwd in gemeenschap van goederen sinds 1 maart 2010, waren gescheiden van tafel en bed verklaard bij beschikking van 6 april 2016. Inmiddels zijn zij weer samen en woonachtig op hetzelfde adres. Zij hebben gezamenlijk verzocht om de beëindiging van de scheiding van tafel en bed door verzoening in te schrijven in het huwelijksgoederenregister.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 1:176 lid 1 BW Pro de scheiding van tafel en bed eindigt door verzoening van de echtgenoten, waarbij geen rechterlijke uitspraak vereist is. Wel is inschrijving in het huwelijksgoederenregister noodzakelijk. Volgens artikel 1, lid 3 van het Besluit Huwelijksgoederenregister 1969 moeten de echtgenoten verklaren dat de scheiding is opgehouden te bestaan, waarna de griffier hiervan een akte opmaakt.
De rechtbank begrijpt het verzoek als een schriftelijke verklaring van partijen, via hun gemachtigde advocaat, dat de scheiding is opgehouden te bestaan en gelast de griffier deze verzoening in te schrijven. Het meer of anders verzochte wordt afgewezen. De beschikking is op 8 februari 2019 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank gelast de griffier de beëindiging van de scheiding van tafel en bed door verzoening in te schrijven in het huwelijksgoederenregister.