Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- het verzoek tot wraking van 28 december 2018;
- de processtukken zoals opgenomen in het dossier van de rechtbank in de hoofdzaak;
- de behandeling van het wrakingsverzoek door de wrakingskamer ter zitting van 24 januari 2019, waarbij aanwezig was: de gewraakte rechter, mr. [naam rechter] . Hoewel daarvoor uitgenodigd, is namens verzoeker niemand ter zitting verschenen.
2.Het verzoek
3.Het standpunt van verzoeker
- zij tijdens de zitting naar bankafschriften heeft gevraagd, terwijl deze reeds tot het dossier behoorden;
- zij de partner, de zus en de broer van verzoeker niet heeft willen horen.
4.Het standpunt van de kantonrechter
- zij ter zitting van 28 september 2018 heeft gevraagd om inzicht in de financiële positie van verzoeker in de vorm van rekening en verantwoording en dat die positie meer omvat dan alleen bankafschriften;
- haar ten tijde van de zitting niet bekend was dat verzoeker een partner heeft, haar was slechts bekend dat hij een vriendin heeft;
- zij ter zitting heeft opgemerkt dat het horen van de zus en broer van verzoeker een goed idee zou kunnen zijn, maar dat verzoeker desgevraagd niet heeft aangegeven wat dit toe zou voegen. Zij heeft de opmerking van verzoeker daarom niet opgevat als een uitdrukkelijk verzoek om zijn zus en broer te horen. Zij is overigens bereid om de zus en broer van verzoeker alsnog ter zitting te horen.
5.De beoordeling
6.Beslissing
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking;
- bepaalt dat de behandeling van de zaak met zaaknummer 6777139 OV VERZ 18-2657 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek.