De zaak betreft een geschil over een overeenkomst van opdracht waarbij een motorjacht van Corsica naar Frankrijk zou worden overvaren. De opdrachtnemer, een professionele jachtvervoerder, slaagde er niet in het jacht binnen de afgesproken termijn in Marseille af te leveren vanwege een motoruitval door brandstoftekort.
De rechtbank kwalificeerde de overeenkomst als een overeenkomst van opdracht met een resultaatsverbintenis en oordeelde dat de opdrachtnemer tekortgeschoten is in de nakoming. De opdrachtnemer kon zich niet beroepen op overmacht omdat hij onvoldoende onderzoek had gedaan naar de benodigde brandstof, ondanks onvolledige informatie van de opdrachtgever.
De opdrachtgever vorderde vergoeding van schade, waaronder wachttijdkosten en kosten voor vervanging van een beschadigde voorruit. De rechtbank wees de vordering tot schadevergoeding voor de voorruit af wegens onvoldoende onderbouwing. De wachttijdkosten werden toegewezen, maar deels toegerekend aan de opdrachtgever wegens eigen schuld en wijziging van de transportplanning.
De vordering van de opdrachtnemer tot betaling van onkosten werd slechts gedeeltelijk toegewezen, waarbij kosten die het gevolg waren van de tekortkoming niet werden vergoed. De rechtbank veroordeelde de opdrachtgever tot betaling van een deel van de factuur, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, en wees de overige vorderingen af.