ECLI:NL:RBZWB:2019:5635
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herplantplicht voor gevelde boom op exacte locatie bevestigd ondanks bezwaar
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een herplantplicht die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goirle aan hem heeft opgelegd nadat een boom op zijn perceel zonder vergunning was gekapt. Het college stelde dat de herplantplicht op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Goirle 2016 opgelegd kon worden om de oorspronkelijke situatie te herstellen.
De rechtbank overweegt dat het college discretionaire bevoegdheid heeft om een herplantplicht op te leggen bij illegale kap van beschermde houtopstanden, zonder dat verwijtbaarheid vereist is. De herplant moet plaatsvinden op dezelfde locatie met eenzelfde soort en omvang boom om uitholling van het toetsingskader te voorkomen. De belangenafweging tussen het behoud van de boom en het belang van eiser bij het bouwen van een overdekt terras is door het college in redelijkheid gemaakt.
Eiser voerde aan dat de APV niet eist dat herplant op exact dezelfde plek moet plaatsvinden, dat er geen verwijtbaarheid is en dat er sprake is van strijd met het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank wijst deze gronden af, onder meer omdat eiser niet heeft aangetoond dat vergelijkbare gevallen anders zijn behandeld en omdat de kwestie van de vergunning weigering in hoger beroep bij de Raad van State aan de orde is.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het college mag de herplantplicht handhaven zoals opgelegd. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de herplantplicht op exact dezelfde locatie.