Belanghebbende, woonachtig in Nederland, gebruikte een auto met buitenlands kenteken zonder aangifte of betaling van motorrijtuigenbelasting (mrb). De inspecteur legde een naheffingsaanslag en boetebeschikking op over de periode van 2012 tot 2016. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde dat de auto hem slechts op 10 december 2016 feitelijk ter beschikking stond.
De rechtbank heeft de verklaringen van belanghebbende en zijn familieleden, alsmede de overgelegde documenten, waaronder vluchtgegevens en bankafschriften, onderzocht. De broer van belanghebbende, eigenaar van de auto, woont in Duitsland op 600 kilometer afstand. De rechtbank acht het aannemelijk dat de auto slechts op de dag van staandehouding ter beschikking stond, omdat er geen aanwijzingen zijn dat de auto eerder of langer beschikbaar was.
De rechtbank vernietigt daarom de naheffingsaanslag en boetebeschikking. Tevens veroordeelt zij de inspecteur tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende. De uitspraak is gedaan door rechter C.A.F.M. Stassen op 11 december 2019 en is openbaar.