Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het procesverloop
2.De beoordeling
maatwerk”. Voormelde zaken dient de betrokken bevoegde kantonrechter te toetsen bij de beoordeling van de geschiktheid van de voorgestelde mentor.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 10 december 2019 een verzoek tot instelling van een mentorschap ingewilligd voor een persoon die vanwege zijn geestelijke toestand niet in staat is zijn niet-vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen. Het verzoek werd ingediend door de betrokkene zelf, die tevens de voorgestelde mentor, Stichting Mentorschap West-Brabant, accepteert.
Tijdens de zitting waren de betrokkene, een coördinatrice van de stichting en de beoogd feitelijk mentor aanwezig. De rechtbank nam kennis van het lopende beschermingsbewind en de schriftelijke instemming van de moeder en meerderjarige kinderen van de betrokkene. Uit een gedragsdeskundige rapportage en de zitting bleek dat de betrokkene geestelijk niet in staat is zijn belangen zelf te behartigen.
De kantonrechter heeft de geschiktheid van de voorgestelde mentor zorgvuldig beoordeeld, waarbij niet alleen opleiding maar ook levens- en beroepsmatige ervaring werden meegewogen. Het vertrouwen tussen betrokkene en de mentor werd als voldoende aangemerkt. De rechtbank legde de mentor een jaarlijkse verantwoordingsplicht op en stelde de beloning vast conform de geldende regeling.
De beschikking treedt in werking de dag na verzending en biedt de mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na uitspraak of betekening.
Uitkomst: Mentorschap ingesteld en Stichting Mentorschap West-Brabant benoemd tot mentor met jaarlijkse verantwoordingsplicht en vastgestelde beloning.