De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 10 december 2019 een verzoek tot instelling van een meerderjarigenbewind en mentorschap toegewezen voor een jongvolwassene met een verstandelijke beperking. De verzoekster, de moeder van de betrokkene, vroeg om benoeming als bewindvoerder en mentor om haar algemene belangenbehartiging voort te zetten nu het ouderlijk gezag is geëindigd.
Tijdens de zitting bleek dat de betrokkene, ondanks zijn beperkingen, wel kon communiceren en uitdrukkelijk wenste dat zijn moeder zijn belangen blijft behartigen. De rechtbank oordeelde dat de betrokkene duurzaam niet in staat is zijn vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen zelf te behartigen, waardoor het verzoek gegrond is.
De moeder heeft zich bereid verklaard de taken op zich te nemen en wordt als bij uitstek geschikt beschouwd. De rechtbank legde tevens wettelijke verplichtingen op aan de bewindvoerder, waaronder het opstellen van een boedelbeschrijving en het jaarlijks afleggen van rekening en verantwoording. De beschikking wordt ingeschreven in het openbare register vanwege de kwetsbaarheid van de betrokkene.