Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2.13
14.075
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, woonachtig in Spanje sinds 2015, heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2015 vanwege weigering van een persoonsgebonden aftrekpost. Hij beschikte niet over een inkomensverklaring van de Spaanse belastingautoriteiten, waardoor hij niet als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige kon worden aangemerkt volgens artikel 7.8 Wet IB 2001.
De rechtbank bevestigt dat de weigering van de aftrek in lijn is met het Europees recht en de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU. Dubbele belastingheffing vormt geen reden om alsnog aftrek toe te staan. De inspecteur heeft terecht het leerstuk van interne compensatie toegepast, omdat in Spanje geen belasting is betaald over het inkomen.
Verder oordeelt de rechtbank dat er geen sprake is van discriminatie op grond van het EVRM en dat de wetgever binnen zijn ruime beoordelingsvrijheid heeft gehandeld. Ook is geen schending van het eigendomsrecht uit artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM vastgesteld. Het verzoek om prejudiciële vragen aan het HvJ en de Hoge Raad wordt afgewezen.
Tot slot wordt het beroep ongegrond verklaard en blijft de aanslag ongewijzigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2015 blijft ongewijzigd.