Uitspraak
1.Het verloop van het geding
2.Het geschil
3.De beoordeling
- [eiser] heeft een klussenbedrijf. [onderbewindgestelde] , h.o.d.n. [naam 3] (nader te noemen [naam 3] ) heeft een bouwbedrijf. [naam 3] heeft [eiser] gevraagd om kluswerkzaamheden voor hem te verrichten bij een van zijn opdrachtgevers in Vlissingen en in Amsterdam ( [naam 7] ).
- [eiser] heeft deze werkzaamheden verricht. Hij heeft voor deze werkzaamheden facturen naar [naam 3] gestuurd ter hoogte van € 3.250,-. Van dit bedrag is een bedrag van € 200,- betaald door of namens [naam 3] . De rest van de facturen is onbetaald gebleven.