ECLI:NL:RBZWB:2019:963
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen herzieningsverzoek kinderopvangtoeslag 2012 wegens onvoldoende bewijs betaling
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen van 1 augustus 2018 waarin haar herzieningsverzoek voor de kinderopvangtoeslag over 2012 werd afgewezen. De Belastingdienst stelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij de volledige opvangkosten zelf had betaald en dat zij niet voldeed aan de voorwaarde van werken, studeren of een vergelijkbare activiteit vóór 6 november 2012.
Tijdens de procedure overhandigde eiseres jaaropgaven en betalingsbewijzen. De oorspronkelijke jaaropgaven toonden opvangkosten van €31.761,60, waarvan €23.986,- was vergoed door de Belastingdienst. Eiseres moest aantonen dat zij de resterende €7.775,60 had betaald, wat zij niet volledig kon onderbouwen met de aanvankelijk ingediende betalingsbewijzen.
Vier dagen voor de zitting overhandigde eiseres nieuwe jaaropgaven uit 2013, waaruit lagere totale kosten van €29.771,41 zouden blijken. De Belastingdienst accepteerde deze nieuwe stukken niet zonder aanvullend bewijs, zoals een verklaring van het kinderopvangbureau. Bovendien bleek dat een betaling van €273,36 pas na de termijn van twee maanden na het toeslagjaar was verricht, waardoor eiseres een bedrag van €277,97 tekortkwam.
De rechtbank concludeerde dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij alle kosten tijdig had voldaan en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van het herzieningsverzoek kinderopvangtoeslag 2012 wordt ongegrond verklaard.