ECLI:NL:RBZWB:2020:1022
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek benoeming bijzondere curator voor minderjarige in ondertoezichtstelling
De minderjarige [minderjarige 1], onder toezicht gesteld en betrokken bij een lopende zaak over machtiging uithuisplaatsing, verzocht de rechtbank om benoeming van een bijzondere curator. Zij gaf aan behoefte te hebben aan iemand die naar haar luistert en haar belangen kan behartigen richting hulpverleners. Hoewel de moeder, de gecertificeerde instelling en de Raad voor de Kinderbescherming instemden met het verzoek, verzette de vader zich hiertegen.
De rechtbank overwoog dat de benoeming van een bijzondere curator alleen noodzakelijk is indien er een belangenconflict bestaat tussen de ouders en de minderjarige en dit in het belang van de minderjarige is. Gezien de recente beschikking tot machtiging uithuisplaatsing, waarbij de minderjarige rechtstreekse toegang krijgt tot passende hulpverlening, achtte de rechtbank de benoeming van een bijzondere curator niet van toegevoegde waarde.
De rechtbank concludeerde dat met de aanvullende hulpverlening voldoende tegemoet wordt gekomen aan de behoeften van de minderjarige en wees het verzoek af. De minderjarige wordt schriftelijk op de hoogte gesteld van deze beslissing. Er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na uitspraak, via de wettelijk vertegenwoordiger en met tussenkomst van een advocaat.
Uitkomst: Het verzoek van de minderjarige tot benoeming van een bijzondere curator wordt afgewezen.