Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 5 juli 2018 over de toekenning van een WIA-uitkering. De rechtbank heeft bij een tussenuitspraak vastgesteld dat het besluit een motiveringsgebrek vertoont omdat de verzekeringsarts onvoldoende aansluiting heeft gezocht bij de bevindingen van de door eiseres overgelegde psychiater.
Het UWV heeft vervolgens aangegeven geen gebruik te maken van de geboden mogelijkheid om het besluit te herstellen. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt het UWV op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
Daarnaast wordt het griffierecht aan eiseres vergoed en wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten van € 1.050,-. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.