Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
2.Het geschil
3.De beoordeling
footprintvan het werk) wel of niet bij de Lijnbaan hoort, althans gelijktijdig met de Lijnbaan dient te worden opgeleverd, en verschillen partijen tevens van mening over het opleverniveau van de Primark en de Woontoren. Gedaagde stelt dat, indien de gevorderde dwangsommen worden toegewezen, gelet op voornoemde discussies tussen partijen omtrent de oplevering, deze hoe dan ook verschuldigd raken. Een prikkel die gedaagde onnodig hard zal raken en overigens niet noodzakelijk is, zo stelt gedaagde. Gedaagde heeft immers al een groot financieel belang bij een zo spoedig mogelijke oplevering. Alleen aan gemiddelde bouwplaatskosten lijdt gedaagde iedere dag een bedrag van
980,00