ECLI:NL:RBZWB:2020:1436
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens onvoldoende duidelijkheid over woon- en financiële situatie
Eiser heeft sinds oktober 2012 een bijstandsuitkering ontvangen en vroeg op 15 februari 2017 opnieuw een uitkering aan op grond van de Participatiewet. Het college weigerde deze aanvraag vanwege onduidelijkheden over zijn woon- en financiële situatie. Eiser stelde dat hij een huurovereenkomst had en dat hij door het college in bewijsnood was gebracht, maar de rechtbank oordeelde dat hij zijn inlichtingenplicht had geschonden.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd over zijn woonadres en financiële situatie, waaronder leningen van derden die niet concreet waren onderbouwd. Het college mocht daarom het recht op bijstand weigeren. De rechtbank volgde het standpunt van het college en wees het beroep af.
De rechtbank benadrukte dat de bewijslast van bijstandbehoevendheid op de aanvrager rust en dat eiser onvoldoende duidelijkheid heeft verschaft. Het bestreden besluit werd in stand gehouden en het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende duidelijkheid over woon- en financiële situatie.