Eiseres was projectmanager en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV kende haar een Ziektewet-uitkering toe vanaf mei 2017, maar beëindigde deze in maart 2019 omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De aanvraag voor een WIA-uitkering werd geweigerd omdat zij de wachttijd niet had voltooid. Het UWV wijzigde later het besluit over de Ziektewet-uitkering en erkende dat deze tot mei 2019 had moeten doorlopen, maar handhaafde de weigering van de WIA-uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk vanwege het gewijzigde besluit en beoordeelde alleen het tweede besluit. Uit medische rapportages van verzekeringsartsen bleek dat eiseres psychische en fysieke beperkingen heeft, waaronder een autismespectrumstoornis, maar niet volledig arbeidsongeschikt is. De rechtbank vond het medisch onderzoek zorgvuldig en de beperkingen passend vastgesteld.
Een arbeidsdeskundige stelde dat eiseres geschikt is voor bepaalde functies binnen haar belastbaarheid. Eiseres betwistte dit, maar de rechtbank volgde de deskundige. Omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 35% is, is er geen recht op een WIA-uitkering. Het beroep tegen het tweede besluit werd ongegrond verklaard. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van eiseres.