Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, houder van een Chevrolet 1500 met een specifiek kenteken, ontving rekeningen motorrijtuigenbelasting voor de periode van houderschap van 15 december 2017 tot 5 maart 2019. Tegen deze rekeningen maakte belanghebbende bezwaar, dat door de inspecteur niet-ontvankelijk werd verklaard omdat de rekeningen geen belastingaanslagen of voor bezwaar vatbare beschikkingen zijn.
De rechtbank heeft in de beroepsprocedure de uitspraken op bezwaar beoordeeld en geoordeeld dat de inspecteur terecht de bezwaren niet-ontvankelijk heeft verklaard. Dit volgt uit artikel 26 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 7:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, die bepalen dat alleen tegen belastingaanslagen, voor bezwaar vatbare beschikkingen of voldoening op aangifte beroep openstaat.
Omdat belanghebbende de rekeningen niet heeft betaald, kunnen deze ook niet worden aangemerkt als voldoening op aangifte. Hierdoor is bezwaar en beroep tegen de rekeningen uitgesloten. De rechtbank heeft daarom de beroepen ongegrond verklaard en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Bezwaar tegen rekeningen motorrijtuigenbelasting is terecht niet-ontvankelijk verklaard en beroepen zijn ongegrond.